Native DSD bevrijdt de cd van steriele perfectie Aug 24 by Floor van der Holst in News

tekst: Wenneke Savenije
verschenen in: Pianowereld (NL) #4 – 2015

Tijdens een luisterproef bij Channel Classics in Herwijnen, komt Wenneke Savenije tot de ontdekking dat het toch mogelijk is om muziek op een cd te laten klinken alsof je live in de concertzaal naar muziek zit te luisteren.

Van lp naar cd
Ooit was mijn huis een luisterlusthof. Bij Concerto in Amsterdam had ik de mooiste langspeelplaten uit de bakken gevist, voor hooguit 1 gulden per stuk. Toen ik later schuin tegenover de Heer Klumper kwam te wonen, die er op de Ceintuurbaan een eenvoudige platenzaak op nahield, kwamen daar schitterende verzamel-lp’s bij: alle strijkkwartetten van Beethoven door het Amadeus Quartet, alle opnames van Kathleen Ferrier, de Bach-opnames van Sviatoslav Richter, Strijkkwartetten van Haydn door het Dekany Quartet, Bachs Cellosuites door Pablo Casals, Chopin-opnames van Dinu Lipatti en ga zo maar door, meestal tegen dumpprijs. Terwijl ik in zijn winkel rondsnuffelde vertelde mijnheer Klumper, die zelf ooit pianist was geweest en op een bromfiets naar Hongarije was gereden om meer aan de weet te komen over zijn held Bartok, honderduit en zette intussen de meest bijzondere lp’s uit zijn zaak voor me op. Dat waren nog eens tijden, al hielden al die schitterende opnames me wel vaak nachten uit mijn slaap. Maar halverwege de jaren tachtig begon de grote verschuiving van lp’s naar cd’s. Vraag me niet waarom, maar nadat ik uit beroepsmatige plicht en nieuwsgierigheid serieus aandacht had geschonken aan de eerste cd-exemplaren die ik ter bespreking kreeg toegezonden, begon mijn aandacht voor ‘ingeblikte’ muziek snel te verflauwen. Iets aan die cd’s stond me van meet af aan tegen en dat werd er in de loop der jaren alleen maar erger op. De technische kant van opnames interesseert me niet zoveel, zolang ik er maar ongestoord ‘doorheen’ kan luisteren om te horen hoe musici bepaalde stukken interpreteren. Zolang de opnametechniek me niet ronduit stoort, concentreer ik me maar liever op de muzikale inhoud en betekenis van een opname. Hachelijk in deze filosofie is de klankkwaliteit: die staat of valt natuurlijk voor een belangrijk deel met de opnametechniek. Galmt er iets of klinkt alles dof en doods, hoe bepaal je dan of het aan de musici of aan de opnametechnici ligt?

Digitale momentopname
Ik ontwikkelde een uitgesproken voorkeur voor live-opnames, want die klonken op cd tenminste niet zo steriel, doods en onnatuurlijk. Daar hoorde je nog die muzikale spontaniteit, die levendige timing en ademende spanningsbogen aan af die op de meeste cd’s eruit geknipt en geplakt leken te zijn, doordat de geluidstechnici gaandeweg bijna belangrijker werden dan de uitvoerende musici. Voor mij een omkering van zaken en een blamage voor het waarachtige musiceren, dat met zijn voortdurend komen en gaan van de noten de luisteraar in het hier en nu meevoert naar een trillende en resonerende wereld van universele schoonheid, waarin de dwingende structuren van de normale mensentijd er gelukkig even niet meer toe doen.
Zoals een ansichtkaart maar een momentopname van de werkelijkheid kan bieden – vandaag schijnt de zon, maar morgen staat de Eiffeltoren misschien wel te glimmen in de regen –, zo ook is een cd-opname nooit meer dan een momentopname in de ontwikkelingsgang van de solist, het kamermuziekensemble, het operagezelschap of het symfonieorkest met zijn chefdirigent. En in het geval van cd-opnamen worden een aantal elementen van dat moment als het ware geëlimineerd, doordat er per definitie van alles wegvalt: het mee-resoneren van de zaal, een deel van de boventonen, de reële spanningsbogen van het muzikale verhaal dat zonder onderbrekingen of technische ingrepen wordt verteld, met misslagen, valse noten en andere onvolkomenheden en al. Gek genoeg behoeden juist die natuurlijke onregelmatigheden muziekuitvoeringen voor steriele perfectie. Het is de menselijke maat van het musiceren, die liveconcerten altijd weer boeiend maakt, ongeacht wie er speelt en wat er gespeeld wordt.

Native DSD download
En zo toog ik op een mooie dag in juni met met lood in de schoenen naar Herwijnen om mezelf door Jared Sacks van Channel Classics te laten onderwerpen aan een luisterproef voor het nieuwste van het nieuwste op opnamegebied, zijn paradepaardje: Native DSD. De muziek komt hier niet op een schijfje terecht, hier zijn de bestanden te groot voor. Je kunt op www.nativedsd.com de bestanden downloaden. Op deze manier zijn via deze website al meer dan 600 DSD Albums van 31 verschillende labels verkrijgbaar.
Ik werd meegetroond naar een van de studio’s in de fraaie voormalige burgemeester-woning waarin Channel Classics gehuisvest is. Gewapend met vijf enorme luidsprekers opende Sacks het muzikale vuur, door me te overdonderen met Ivan Fischers geestdriftige en bezielde lezing van de Finale uit Mahlers Eerste symfonie. En er gebeurde zowaar iets heel bijzonders.

Kippenvel
Wat ik hoorde klonk niet als de platgeslagen, ingedikte en dode perfectie van de gemiddelde opname van Mahler. Ik zat ineens op rij vijf van de concertzaal een razend spannende vertolking van Mahlers eersteling te beleven, en kreeg bijna lichamelijk de sensatie dat het orkest in volledige bezetting pal voor mijn neus zat te spelen. Ik kon de ruimtelijke opstelling van de verschillende instrumentgroepen exact aanwijzen en hun onderlinge dialogen horen in alle ruimtelijke nuances en dynamische schakeringen. Ik zat niet náár iets te luisteren, maar ik bevond me er ineens middenin. Ik hoorde de hars schuren tussen stokken en snaren, ik voelde de koperblazers ademhalen, ik onderging lichamelijk het gedreun en gekreun van de bassen, ik liet me optillen door de stralende boventonen van de hogere strijkers en houtblazers, ik kreeg kippenvel van het heldere geklingel van de triangel en de stralende gouden gloed van de bekkenslagen. Het was niet langer zomaar een luisterproef, het draaide uit op een intense muzikale ervaring. ‘Minder frequentie is minder emotie’, verklaarde Sacks op nuchtere toon. ‘Bij een gewone cd-opname gaat het om blokgeluid. Zo’n digitale opname wordt dan als het ware afgevlakt en samengeperst. En dat betekent minder dynamiek, minder nuance, minder frequentie en dus minder emotie. Met native DSD kan je heel trouw blijven aan het geluid dat daadwerkelijk binnenkomt. Er wordt niets afgevlakt of gecomprimeerd, er is veel meer kleur, diepte en nuance. De boventonen klinken voluit en de opnameruimte resoneert ook volop mee. Opnemen in DSD benadert méér dan alle andere technieken en op een waarheidsgetrouwe manier de werkelijkheid; hoe een orkest, een ensemble of een musicus daadwerkelijk speelt en hoe dat dan klinkt in een bepaalde ruimte.’
Om zijn verhaal kracht bij te zetten vervolgde Sacks zijn pleidooi voor native DSD met een opname van violiste Rachel Podger. Spontaan en glashelder klonk daar háár Bach-verhaal van het moment. Ik voelde aan dat ze tijdens de opname links voor het orkest moest hebben gestaan en verbaasde me over het ruimtelijke effect van Podgers Bach. Daarna liet Sacks me een vocale opname horen van New Amsterdam Voices, die door zijn directheid en oorstrelende levensechtheid in alle hoogtes en laagtes direct effect sorteerde in mijn buik. Ik wilde meedoen, ik wilde zingen, ik wilde opgaan in al die stemmen. Er volgde nog een enerverende opname van Schuberts Tod und das Mädchen door het Ragazze Kwartet, die mij in zijn dynamische nuances en kleurschakeringen kippenvel bezorgde. Tot besluit klonk er geïmproviseerde panfluitmuziek uit Bolivia, spontaan opgenomen in een kerkje met open ramen. In de verte hoorde ik de apen gillen en de vogels fluiten. Ik was verkocht. Native DSD maakt het luisteren naar muziek weer tot een echte belevenis.

Wat maakt het hoorbare verschil bij een DSD opname?
Het grote verschil tussen een analoge en een digitale opname is dat een digitale opname, als je deze onder een denkbeeldige microscoop legt, bestaat uit allemaal losse geluidsplaatjes. Denk aan een tekenfilm. Laat je weinig plaatjes per seconde zien, dan is de beweging schokkerig. Een gewone cd wordt in PCM (pulse code modulation) opgenomen. Deze techniek maakt 44.100 per seconde een geluidsplaatje. Nu zou je zeggen dat dit toch genoeg moet zijn. En toch is het niet zo. De reden daarvoor is dat tussen al die geluidsplaatjes ook een heleboel ontbrekende stukjes overblijven waarin informatie verstopt zit die onze oren warempel kunnen waarnemen. Het menselijk gehoor is namelijk sterk gevoelig voor ruimtelijke informatie. Dat is niet vreemd. Uiteindelijk zijn wij jagers en gejaagden. Dus heeft de natuur ons toegerust met een waarnemingsvermogen dat daarbij hoort. Het verschil tussen een PCM opname en een DSD opname is nu dat er bij een DSD opname veel en veel meer geluidsplaatjes per seconde kunnen worden vastgelegd dan bij een PCM opname. Dit komt omdat bij een PCM opname elk geluidsplaatje telkens vanaf de grond wordt opgebouwd. Bij een DSD opname wordt het eerste plaatje vanaf de grond opgebouwd, maar het volgende plaatje laat slechts de afstand naar het vorige plaatje zien. Omdat in DSD niet telkens opnieuw dezelfde toren hoeft te worden opgebouwd, kan je veel en veel sneller werken. Daarom kun je veel meer geluidsplaatjes achter elkaar vastleggen. Omdat je bij het afspelen veel meer geluidsplaatjes per seconde hoort langs gaan, blijft veel meer voor het menselijk gehoor essentiële informatie over – en dan dus met name informatie over de plaatsing van het geluid.
Let op Heel belangrijk bij de weergave van DSD is dat het apparaatje dat de digitale informatie omzet in analoog geluid – de zogenaamde converter – direct vanuit DSD naar analoog gaat. Er zijn veel converters in de handel die het geluid eerst naar PCM omzetten. Hierdoor doe je sterk af aan de meerwaarde van DSD.

meer informatie: www.nativedsd.com

Floor van der Holst

Floor van der Holst

Floor is Head of Marketing & Promotion at NativeDSD Music

Comments are closed.